Home > OPENING 4-5 MAART: GSID @VAN NELLE ONTWERPFABRIEK RDAM
OPENING 4-5 MAART: GSID @VAN NELLE ONTWERPFABRIEK RDAMOPENING 4-5 MAART: GSID @VAN NELLE ONTWERPFABRIEK RDAMOPENING 4-5 MAART: GSID @VAN NELLE ONTWERPFABRIEK RDAMOPENING 4-5 MAART: GSID @VAN NELLE ONTWERPFABRIEK RDAMOPENING 4-5 MAART: GSID @VAN NELLE ONTWERPFABRIEK RDAMOPENING 4-5 MAART: GSID @VAN NELLE ONTWERPFABRIEK RDAMOPENING 4-5 MAART: GSID @VAN NELLE ONTWERPFABRIEK RDAMOPENING 4-5 MAART: GSID @VAN NELLE ONTWERPFABRIEK RDAMOPENING 4-5 MAART: GSID @VAN NELLE ONTWERPFABRIEK RDAMOPENING 4-5 MAART: GSID @VAN NELLE ONTWERPFABRIEK RDAM

Guy Sarlemijn zal MAART 2012 verhuizen naar Rotterdam. Hier zal een prachtige showroom ingericht worden waar kappers uit Nederland en België inspiratie op kunnen doen!
In deze vernieuwde opzet zullen diverse wereldtoppers exposeren zoals: Karim Rashid, Porsche Design, Marcel Wanders, Piet Boon, Fendi, MGBross, GS Privata, Sassi, Fiapp etc..

Schrijf in voor de nieuwsbrief en wij houden u op de hoogte van de Opening!

Showroom Guy Sarlemijn Interior Design: vanaf maandag 4 maart!!!
• Van Nelle Ontwerpfabriek
• Van Nelleweg 1
• 3044BC Rotterdam

Zondag van 10.00 tot 17.00
Maandag 10.00 tot 17.00
Daarbuiten op afspraak.

LET OP! Het is noodzakelijk een entreebewijs te downloaden via onze site om toegang te krijgen tot de van Nelle ontwerpfabriek. ZONDER ENTREEBEWIJS GEEN TOEGANG!. (Binnenkort te downloaden via onze website)


‘’VAN NELLE ONTWERPFABRIEK’’

Hoe een monumentaal complex haar vitaliteit behoudt
"Over 25 jaar moet het er nog modern uitzien" aldus C.H. van der Leeuw, één van de firmanten van Van Nelle, in 1923 toen de opdracht voor het ontwerp van een nieuw fabriekscomplex werd verstrekt.
Die missie is zondermeer geslaagd. Anno nu oogt het Van Nelle-complex nog steeds verbazingwekkend modern. De architecten J.A. Brinkman en L.C. van der Vlugt geven in de periode 1925 tot 1928 vorm aan een fabriekscomplex dat bij uitstek een exponent zou worden van het 'Nieuwe Bouwen'. Opdrachtgever en architect waren bevriend en in meerdere opzichten gelijkgestemde geesten. Ook het gedachtegoed van het 'Nieuwe Bouwen' werd door beiden gedeeld. Het is daarom zeer aannemelijk dat de invloed van C.H. van der Leeuw op het uiteindelijke ontwerp substantieel is geweest.

Het begon in 1782
In 1782 vestigde Johannes van Nelle zich met zijn echtgenote Hendrica in Rotterdam. Aan de Leuvehaven begonnen zij een winkel in koffie, thee, tabak en snuif. Als Johannes in 1811 overlijdt, zet zijn weduwe de zaak voort. Amper twee jaar later komt ook Hendrica te overlijden. Samen met zijn zwager neemt zoon Johannes de zaak over en zo ontstond de naam die tot het eind van de 20-ste eeuw een begrip zou blijven: ‘De Erven de Wed. J. van Nelle' of in het kort 'De Weduwe'. Voor rokers van zware shag is ‘de zware van de Weduwe' een begrip.

Uit de jas gegroeid
De winkel was intussen overigens ook overgegaan op handel in tabak. De onderneming groeide en op eigen plantages in Java werd de tabak geplant. Later werd de aanplant van koffie en thee er aan toegevoegd. De winkel aan de Leuvehaven in Rotterdam Centrum was intussen veranderd in een alsmaar uitbreidende fabriek waar de koffie werd gebrand, de tabak werd gesneden en de thee geprepareerd. Als er rond 1915 geen enkele mogelijkheid meer is om de fabriek bekend onder de naam De Rijzende Hoop uit te breiden, rijzen de plannen voor de nieuwbouw.

Het nieuwe bouwen krijgt vorm
Vanaf 1916 koopt Van Nelle goedkope stukken weiland aan de Schie. Het is een welgekozen plek, waar water, het spoor, het toekomstige wegennet en de aan te leggen arbeiderswijk Spangen mooi samenvallen.
De nieuwe fabriek was nodig voor de verwerking van koffie, thee en tabak. Daarvoor moesten behalve productieruimten, kantoren en expeditieafdelingen worden gebouwd. De economische bloei na 1918 doet van zich spreken. De eerste schetsen verschijnen rond 1923 ter tafel en in 1925 wordt een begin gemaakt met het opspuiten van het fabrieksterrein. De bouw vindt gefaseerd plaats. Ze neemt een aanvang in 1926 en eindigt in 1931 als de groei van de fabriek tot stand komt doordat er inmiddels een andere economische wind is gaan waaien.

Hypermoderne constructie
Het gebouw krijgt een relatief lichte betonconstructie met een groot glasoppervlak. Het oorspronkelijke ontwerp met balken en kolommen wordt door C.H. van der Leeuw afgewezen. Het architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt gaat hierna in zee met het constructiebureau Wiebenga, die een kolommenconstructie ontwerpt volgens het 'mushroom-principe'. Deze methode resulteert in, zeker voor die tijd, zeer dunne vloeren. Samen met het grote glasoppervlak leidt dit tot een optimale lichttoetreding. De dunne vloeren hadden nog een voordeel: Bij gelijkblijvende hoogte van de fabriek werd het mogelijk een extra verdieping aan te brengen.

Architectonisch
Het complex heeft opvallende architectonische elementen, die niet direct in relatie staan tot de architectuurstroming waartoe het gebouw behoort. De belangrijkste zijn het met de weg meegebogen losstaande kantoorgebouw, de opvallende luchtbruggen naar het expeditiegebouw en een ronde glazen directiezetel op de negende verdieping. Deze ronde glazen bekroning kreeg de bijnaam 'bonbonnière'. Het schijnt dat de architect M. Stam, een van de geassocieerden met J.A. Brinkman en L.C. van der Vlugt deze bijnaam voor het eerst gebruikte. Als dogmaticus verafschuwde hij namelijk alles wat rond was. Ook de kromming van het kantoorgebouw kon zijn goedkeuring niet wegdragen.

Veel lof van collega's
Andere architecten van naam uit die periode waren echter vol lof over het complex. Het verhaal gaat dat wanneer van de Pauwert en Merkelbach, samen onderweg met de trein, het Van Nelle-complex naderden, van de Pauwert steevast opstond en tegen zijn collega zei: "Even kijken hoe het ook al weer moet". En de Franse architect Le Corbusier stak zijn bewondering ook niet onder stoelen of banken. Hij bezocht het complex in 1932 en liet weten: "De heer van der Leeuw heeft samen met architect van de Vlugt een grote fabriek gebouwd die het mooiste schouwspel van de moderne tijd is dat ik ken. Een sprankelend bewijs van het leven dat komt, van de schone, onvoorwaardelijke puurheid (…)".

De tijd ver vooruit
Het transparante karakter hield niet op bij het exterieur. Ook binnen was er sprake van een grote openheid door de toepassing van glazen wanden. Kees van der Leeuw was zijn tijd ver vooruit en had zijn uitgangspunten voor de bouw dan ook nauwlettend geformuleerd:
1. 'Het uiterlijk eener fabriek dient voort te komen uit de eischen aan het inwendige gesteld.'
2. 'Bij het ontwerpen dient aan het menschelijk element minstens dezelfde aandacht te worden geschonken als aan het mechanische.'
3. 'Extra kosten aan afwerking besteed kunnen zonder een onmiddellijk aanwijsbaar voordeel aan te toonen, toch verantwoord zijn.'

Noviteiten
Het Van Nelle complex was zijn tijd ver vooruit. Het losstaande ketelhuis bijvoorbeeld was naar Amerikaans voorbeeld. Van der Leeuw maakte een uitvoerige reis van de Amerikaanse westkust naar de oostkust. Onderweg bezocht hij tal van fabrieken en kantoren en deed daarover uitvoerige verslag aan de architecten van zijn fabriek. De nieuwe fabriek was een toonbeeld van een lichte, hygiënische plaats om te werken. Met veel noviteiten voor die tijd. Zoals de heldere sanitaire ruimtes. De enorme hoeveelheid licht die overdag binnenstroomde rekende voorgoed af met donkere fabriekshallen waar het slecht en onaangenaam werken was. De egale balkenloze witte plafonds zorgden er voor dat ook bij kunstlicht de werkplekken goed verlicht werden.

Aandacht voor welzijn
Prima ventilatiemogelijkheden, zilverkleurige rolschermen om 's zomers de zon te weren en dikke stoomleidingen langs de gevel voor de koude wintermaanden zorgden voor een optimaal werkklimaat. Planten in bakken aan de kolommen deden daar nog een schepje bovenop. En aan al het ontworpen meubilair in fabriek en kantoren ging uitvoerige studie naar werkhouding vooraf. Kantines voorzien van moderne keukeninrichting, een filmzaal, sportterreinen (inclusief tennisbanen), meditatieruimtes en een leesruimte met een eigen bibliotheek lieten er geen misverstand over bestaan dat de directie veel aandacht had voor het welzijn van het personeel. Ook het feit dat Van Nelle een van de eerste bedrijven met een pensioenfonds was, duidt in die richting.

Het einde nadert, een nieuwe start komt eraan
De opdracht dat de fabriek ook na 25 jaar nog modern moest zijn, is ruimschoots gehaald. Pas halverwege de negentiger jaren van de vorige eeuw verliest de fabriek geleidelijk haar functie. De toenmalige eigenaar Sara Lee/DE maakte toen haar reorganisatieplannen kenbaar aan de gemeente Rotterdam en die hielden in dat de bedrijfsactiviteiten ten einde kwamen. Het 'kerven van de tabak' en het koffiebranden stopten weliswaar, maar dat betekende niet het einde van de fabriek.

Een tweede leven
In 1996 werd Eric Gude, directeur Property Conversion BV door het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam gevraagd om een concept voor de conversie (een tweede leven) van dit Rijksmonument te ontwikkelen. Dit concept werd de ‘Ontwerpfabriek' en het complex zou plaats bieden aan 50 tot 75 kleine en middelgrote bedrijven op het gebied van design & communicatie, zoals architectuur, grafisch en industrieel ontwerp, grafi-media, film, foto, ICT, kunst & cultuur. Eric Gude vond in 1997 twee partners, te weten John van Lit , directeur van POB en Nick de Boer, directeur van Kondor Wessels Projecten. Beide bedrijven zijn dochterondernemingen van Volker Wessels. Zij richtten gedrieën de Maatschap Van Nelle Ontwerpfabriek op.

Onroerend goed CV
In 1998 werd het complex uiteindelijk voor ruim € 9 miljoen verkocht aan Koninklijke Volker Wessels Stevin (KVWS). De directievoering en de gehele herontwikkeling lagen in handen van de Maatschap. Vanaf september 2000 is het eigendom van het complex overgedragen aan een speciaal hiervoor opgerichte Commanditaire Vennootschap, waarin 780 participaties van ruim € 22.500, = elk zijn uitgegeven aan particuliere beleggers. Het overige deel van de financiering is destijds verzorgd door NIB Capital en het Nationaal Restauratie Fonds (NRF). Deze succesvolle onroerend goed CV was tot dan toe de grootste, die ooit in Nederland was opgericht.

Monumentenzorg
Een cultuurhistorische verkenning door de Rijksdienst voor Monumentenzorg diende als vertrekpunt voor de opzet van het nieuwe Masterplan. Door de Maatschap werd Wessel de Jonge als specialist van jonge monumenten aangesteld als coördinerend architect voor het gehele complex. Claessens Erdmann Architecten uit Amsterdam waren door Property Conversion al vanaf de start betrokken bij de conceptontwikkeling en kregen de taak om als projectarchitect van het lastigste deel van het complex, zijnde de fabrieken op te treden. Om het gebouw aan de eisen van de tijd aan te passen en absoluut geen afbreuk te doen aan het originele transparante karakter werd door hen een zogenaamde ‘doos in doos' constructie ontwikkeld.

Doos in doos
Deze constructie was noodzakelijk omdat de originele glasgevels niet in voldoende mate isolerend zijn. Aan beide zijden van het gebouw is nu een klimaatzone gecreëerd, die aan de oostzijde de functie van gang heeft. Aan de westzijde is een glasgevel gemonteerd met daartussen een ruimte voor de aan- en afvoer van energievoorzieningen en dataleidingen. In de originele gevel kunnen de ramen elektrisch geopend worden en is een automatisch zonweringsysteem aangebracht. De kantoorruimten zijn onder meer voorzien van bekabeling, geavanceerde toegang- en beveiligingssystemen en een moderne klimaatregeling.

Méér dan alleen de fabriek
Behalve de fabriek (in feite drie fabrieken op een rij; een voor de tabak, een voor de koffie en een voor de thee) zijn er nog tal van andere bijzondere gebouwen op het Van Nelle terrein.
Dat begint al met de kleine portiersloge, vanwaar tot op vandaag de dag de toegang tot het enorme terrein wordt bewaakt.
Direct na de loge springt het gebogen voormalige hoofdkantoor in het oog. Enkele directieruimten hier zijn nog tamelijk eenvoudig terug te brengen in de originele staat. In het hoofdkantoor bevindt zich een grote, fraai vormgegeven ruimte met daarin nog veel originele elementen. In het interieur is destijds veel aandacht besteed aan detaillering en kleurkeuze. Tijdens de conversiefase heeft veel meer historisch onderzoek plaats gevonden, waarbij veel interessante nieuwe informatie is verkregen.

Het ketelhuis
Aan de andere zijde van de fabrieksstraat staat o.a. het ketelhuis, waar de benodigde stoom voor de aandrijving van de machines werd geproduceerd. Ook hier resulteert de toepassing van veel glas erin, dat het interieur met de imposante ketels van buiten af goed zichtbaar is. Niet alleen de ketels zijn imposant, ook de wanden met de vele meters, hendels, kranen en leidingen maken indruk. Als tweede leven van het ketelhuis zal de stoom wederom een centrale plaats innemen, echter nu als energiebron voor mens en geest. Naar verwachting zal een geheel nieuw sauna & gezondheidsconcept onder de naam Sensanitas Health Factory medio 2005 hier haar deuren openen.

Schiehallen
Achter het ketelhuis en het expeditiegebouw liggen de Schiehallen. Deze gebouwen zijn verbouwd tot casco bedrijfshallen, gelegen aan de waterzijde met daarachter bijzondere inbouwkantoren en productieruimten.

Expeditiegebouw
Het voormalige expeditiegebouw zou aanvankelijk even hoog worden als de fabrieken en de luchtbruggen zouden in een rechthoek van 90 graden tussen de fabrieken en het expeditiegebouw worden geprojecteerd. Tijdens de oplevering in 1930 was er sprake van een economische malaise, waardoor veel werknemers moesten worden ontslagen. Het expeditiegebouw kon daarom volstaan in haar huidige kleinere vorm, waarna de architect uitsluitend om functionele redenen de luchtbruggen schuin heeft laten lopen. Vandaag de dag zijn deze schuin lopende bruggen juist het specifieke kenmerk van het complex. Sinds 2003 is het internationaal bekende stedenbouwkundig bureau Kuiper CS in dit markante gebouw gevestigd.

Technische Dienst
Het gebouw van de Technische Dienst zou worden afgebroken vanwege haar deplorabele staat van onderhoud, doch is uiteindelijk geconsolideerd en in basale cascovorm een succesvol centrum voor bedrijven in de facilitaire filmindustrie geworden, zoals licht, geluid, scouting en decorbouw.

Bedrijfsrestaurant
Het voormalige bedrijfsrestaurant is niet monumentaal; de originele kantine is afgebrand en in de jaren 70 opnieuw is herbouwd. Tot een jaar na de overdracht is dit gebouw nog tijdelijk in gebruik gebleven als kantine voor de nieuwe gebruikers. Daarna is de mogelijkheid van een indoorgolf centrum serieus onderzocht. De investering bleek helaas te hoog te zijn. Ook kinderopvang bleek niet mogelijk vanwege de strikte milieuzonering. Momenteel worden verschillende andere nieuwe concepten voor deze ruimte nader uitgewerkt.